Financiën

Financiën

Financieel beleid in 2018

Om de continuïteit van de vereniging te waarborgen, geldt als uitgangspunt een sluitende exploitatie per organisatieonderdeel. De bijdrage van het ministerie dient toereikend te zijn om een school te kunnen exploiteren. Ook is van belang om het eigen vermogen van de vereniging op het gewenste niveau te houden. Voor elke school wordt een jaarbegroting opgesteld waarbij de verwachte inkomsten en uitgaven zijn weergegeven. Daarbij worden alle inkomsten die zijn toegekend op basis van brinnummer rechtstreeks toebedeeld aan de school. Elke school draagt, middels een vast percentage, een deel af ter dekking van de uitgaven van het bestuursbureau. De totstandkoming van de begroting en het monitoren van de realisatie hiervan gedurende het jaar gebeurt door nauwe samenwerking tussen het bestuur, de directeuren en de staf en met behulp van periodieke, volledige en juiste informatievoorziening.
De jaarrekening 2019 is door de raad van toezicht goedgekeurd en vergezeld van een controleverklaring van de accountant. Zie het volgende samenvattend overzicht van de exploitatie over 2019:

Exploitatie overzicht

  realisatie 2019 begroting 2019 realisatie 2018
Inkomsten      
Bijdragen ministerie OCW 19.007.000 17.891.000 18.011.000
Gemeentelijke bijdragen 743.000 660.000 617.000
Overige inkomsten 430.000 316.000 459.000
  20.180.000 18.867.000 19.087.000
       
Personeelslasten      
Salarislasten 15.030.000 15.084.000 14.696.000
Dotatie personele voorzieningen 52.000 0 ‑49.000
Overige lasten 814.000 423.000 666.000
  15.896.000 15.507.000 15.313.000
       
Materiële lasten      
Afschrijvingslasten 648.000 588.000 637.000
Huisvestinglasten 1.566.000 1.132.000 1.336.000
Algemene lasten 1.554.000 1.636.000 1.497.000
  3.768.000 3.356.000 3.470.000
       
Resultaat 516.000 4.000 304.000

Analyse exploitatie 2019

De meest opmerkelijke ontwikkelingen in de exploitatie van 2019 waren:

  • De rijksbijdrage van het ministerie voor personele bekostiging is aanzienlijk hoger dan was begroot. Zo gaf de invoering van het onderwijs achterstandsbeleid een verhoging van de rijksbijdrage en gaf de vaststelling van de personele bekostiging 2018-2019 een nagekomen indexering. Ook was er een aantal overige OCW-inkomsten niet begroot, met name extra middelen passend onderwijs, subsidies zij-instromers en groeibekostiging. Tenslotte is in december 2019 een bijzondere bekostiging ontvangen voor nieuwe CAO-afspraken, welke pas in februari 2020 zijn geëffectueerd.
     
  • De personeelslasten waren in 2019 hoger dan verwacht. Zo waren de reguliere salarislasten conform de begroting, maar waren de overige personeelslasten hoger dan begroot, door een hogere inzet van ingehuurd onderwijzend personeel en meer uitgaven voor scholing. 
     
  • De afschrijvingslasten zijn hoger dan begroot vanwege een extra afwaardering van ICT-middelen.
     
  • De huisvestingslasten waren hoger dan verwacht door een hogere dotatie aan de voorziening groot onderhoud dan was gepland. Na een inventarisatieronde op de scholen in het najaar van 2019, is een aantal aanvullende onderhoudsinvesteringen toegevoegd aan het meerjaren onderhoudsplan.
     
  • De algemene lasten waren grotendeels conform verwachting. Een aantal kwaliteitsprojecten is in 2019 nog niet gerealiseerd, waardoor in totaal een lagere besteding dan begroot zichtbaar is.

Analyse kengetallen

Op basis van de jaarrekeningen 2019 en vorige jaren zijn de volgende kengetallen te geven:

Historie balans

(bedragen x € 1.000) 2019 2018 2017
Activa      
Materiële vaste activa 2.350 2.417 2.625
Vorderingen 1.069 860 1.015
Liquide middelen 4.597 3.737 3.036
  8.016 7.014 6.676
Pasiva      
Eigen vermogen 3.722 3.206 2.902
Voorzieningen 2.211 1.899 1.790
Kortlopende schulden 2.083 1.909 1.984
  8.016 7.014 6.676

Kengetallen VCOG

  2019 2018 2017
Liquiditeit 2,7 2,4 2,0
Rentabiliteit 6,4% 4,3% ‑5,3%
Weerstandsvermogen 19,6% 17,8% 17,3%
Sovabiliteit 74% 73% 70%

De liquiditeitsratio is bepaald door de verhouding (vorderingen + liquide middelen) / kortlopende schulden. Een liquiditeitsratio van 2,7 geeft aan dat VCOG voldoende liquide middelen heeft om de kortlopende schulden te kunnen voldoen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat vorderingen relatief snel worden voldaan en dan beschikbaar zijn als liquide middelen. De rentabiliteitsratio is bepaald door het exploitatieresultaat uit te drukken in een percentage van het totaal vermogen. Het weerstandsvermogen geeft de verhouding aan tussen het eigen vermogen en de bijdrage van het ministerie van OCW. Deze ratio wordt medebepaald door de benodigde omvang van voorzieningen. De solvabiliteit wordt uitgedrukt als de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. De ratio is in 2019 gestegen door het positieve resultaat.

Resultaat, risico’s en onzekerheden

VCOG heeft als streven een sluitende exploitatie per school en voor de gehele organisatie. Ook in 2019 is dit gelukt, al is het resultaat bijzonder positief door een ontstane reserve eigen vermogen met bestemming in 2020. Er is continue aandacht voor het verbeteren van sturingsmogelijkheden voor schooldirecteuren, met name door het intensiveren van de informatievoorziening, het bespreken en analyseren ervan en het gezamenlijk opstellen van een schoolbegroting voor het nieuwe kalenderjaar. Ook zijn de raad van toezicht en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad goed geïnformeerd en meegenomen in de totstandkoming van de begroting. In de bespreking van periodieke rapportages met directeuren ligt de focus op een analyse van de exploitatie en een forecast voor het lopende jaar. In 2020 wordt verder gezocht naar mogelijkheden voor online-informatie aan budgethouders waarbij men op elk gewenst moment zelf de beschikking heeft over realtime managementinformatie. VCOG wordt geconfronteerd met de risico’s die momenteel in het onderwijs gelden. Allereerst is dat het vinden van goed gekwalificeerde medewerkers. Met name tijdelijke, kortdurende vervanging van leerkrachten is een knelpunt. Verder geldt dat er een permanent spanningsveld is tussen de ontwikkeling van het aantal leerlingen en de ontwikkeling van beschikbare huisvesting. Het tijdig anticiperen op ontwikkelingen in de gemeente Groningen en het aanschuiven bij strategisch overleg op gebied van huisvesting, is derhalve van groot belang. In 2020 worden voorbereidingen getroffen voor de start van het nieuwe integraal huisvestingsplan onderwijs van de Gemeente Groningen. Hierin is voor een aantal VCOG-scholen vervangende nieuwbouw gepland in 2021-2022.

Treasury

VCOG ondervindt weinig risico ten aanzien van het borgen van voldoende liquiditeit. De aanwezige liquiditeit is verspreid gestald bij meerdere banken, het voornaamste deel bij de huisbankier Rabobank. VCOG maakt geen gebruik van leningen en heeft alleen spaarrekeningen en een rekening courant in gebruik. Voor bijzondere uitgaven kan VCOG een beroep doen op het steunfonds Stichting Zonnelaan.

Volgend hoofdstuk: Continuïteitsparagraaf